Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2027 - 2030 Begroting 2027 - Aangeboden aan de raad 09-10-26

Risico-inventarisatie

Bij de inventarisatie is beoordeeld welke maatregelen worden genomen om de risico’s te beheersen. Risicobeheersing kan door de volgende maatregelen vermijden, verminderen, delen en aanvaarden. Aan de hand hiervan zijn de restrisico’s bepaald; dit zijn de risico’s die overblijven na het nemen van beheersmaatregelen. De restrisico’s zijn gekwantificeerd door vast te stellen welke schade zich kan voordoen als het risico optreedt. De schade is uitgedrukt in een verwachtingswaarde. Aan de hand van een kansberekening is bepaald welke bedrag aan weerstandscapaciteit benodigd is om het risico af te dekken. Hierbij is gebruik gemaakt van een klassering die rekening houdt met de kans van optreden en het gevolg (de verwachtingswaarde). De risico’s voor grondexploitaties / projecten zijn gebaseerd op het MPG 2026.

Samengevat geven de op deze wijze geïnventariseerde en gewogen risico’s per risicogebied het volgende beeld:

Enkele risico’s benoemen wij hier individueel.

  • Met betrekking tot nieuw af te sluiten langlopende leningen wordt op begrotingsbasis rekening gehouden met een rente van 4,0% bij een looptijd van 25 jaar (lineair aflossen). In hoeverre dit toereikend is, valt gezien de huidige economische omstandigheden zeer slecht te voorspellen. Daarom is in de huidige begroting een renterisico van € 500.000 opgenomen.
  • Op dit moment zien wij stevige (loon)kostenontwikkelingen bij onze verbonden partijen. Naar beste weten is daar in deze begroting rekening mee gehouden. Omdat niet zeker is of dit toereikend is, wordt een algemeen risico van € 1.000.000 opgenomen.
    Aanvullend is een specifiek risico van € 100.000 opgenomen voor de Omgevingsdienst. Zij geven aan dat bepaalde taken op dit moment onder druk staan omdat onvoldoende gekwalificeerd personeel kan worden aangetrokken.
  • Met betrekking tot het Sociaal domein zien we een aantal onzekerheden op het gebied van het aantal cliënten, declaraties en maatregelen waardoor we hier een risico opnemen van € 1.400.000.
  • We zien een aantrekkende markt met hogere inschrijvingen. Om die reden is het risico van kapitaalgoederen geschat op € 1.000.000.
  • Op dit moment zien we forse indexaties in de markt. Een aantal daarvan substantieel hoger dan in de begroting is voorzien. Hiervoor is een risico inschatting gemaakt van € 800.000.
  • Op basis van een recent gehouden risico-inventarisatie specifiek op het terrein van de cybercriminaliteit wordt het aanvankelijke risico van € 800.000 verhoogd naar € 950.000.
  • In de kernen gelden verschillende gebruikersafspraken van gemeentelijke sportvelden. In de kern Bodegraven is een recht van opstal op de velden afgegeven aan de verenigingen, waardoor zij hierover onroerendezaakbelasting betalen. In andere kernen is dit niet het geval, waardoor er verschillen in financiële verplichtingen van verenigingen zijn ontstaan. Er volgen gesprekken met de buitensportverenigingen hoe toe te werken naar een gelijke basis. Dit kan resulteren in een negatief effect op de begroting van ongeveer € 15-20.000 op jaarbasis. Dit wordt nog nader als beleid uitgewerkt.
  • Voor het Evertshuis wordt met de raad nog gesproken over de business-case. Hierdoor is het nog niet mogelijk om een bedrag voor het risico in te schatten.


Tenslotte wordt in beschrijvende zin nog aandacht gevraagd voor de volgende punten, zonder deze direct op geld te waarderen.

  • De afgelopen jaren zijn investeringen voor het beheer van de leefomgeving zo ver mogelijk uitgesteld. Hiermee loopt de technisch kwaliteit nu nog niet terug, maar ontstaat dit moment wel in deze raadsperiode, bij een gelijkblijvend financieel kader. Beheren is vooruitzien. In het onderhoudsplan leefomgeving wat in het eerste kwartaal aan de raad wordt voorgelegd staan voorstellen hoe hierop te anticiperen.
  • Duurzaamheid en klimaatadaptatie. Binnen het WRP, wat gelijk oploopt met het onderhoudsplan leefomgeving, wordt de gemeenteraad in positie gebracht om het ambitieniveau te bepalen. Op dit moment is dit begroot en georganiseerd op het laagste ambitieniveau.
  • Strategische sturing op vastgoed ontstaat onder meer wanneer je weet wat je hebt en wat het kost om dit in stand te houden, laat staan te verduurzamen. Na jaren van ontbreken van inzicht en een goede financiële administratie (laat staan op bepalen van gewenste portefeuille op basis van een richting die vanuit de functie/behoefte kan worden gegeven) is er in Q1 2026 zicht op de instandhouding van het gemeentelijk vastgoed en de financiële consequenties daarvan. Wanneer deze portefeuille in 2027 geconfronteerd wordt met de besluiten die volgen uit het voorzieningenonderzoek ontstaat er een investeringsagenda (koop/verkoop/verbouw)